Bloemlezing de Korenbloem 100 jaar

Imkervereniging de Korenbloem 100 jaar, een bloemlezing.

Peter Weegels, Doorwerth 8-1-2017

Onderstaande is een bloemlezing en een weerslag van het onderzoek in de archieven van Imkervereniging de Korenbloem (1916) en die van Oosterbeek (1945) en onderzoek op internet (tot eind 2016). Hierin zijn met name naar hoogte (en diepte-) punten, saillante gebeurtenissen en gebeurtenissen die de tijdgeest mooi weergaven opgenomen.

Na een algemene inleiding over imkeren in het gebied van de gemeente Renkum zullen verschillende perioden die van voor WOII en vervolgens elk decennium erna (tot 2000) aan de orde komen.

Inleiding: Bondeken, de oudste historisch beschreven Renkumse imker in 1405bloemlezing

Het zal niet verbazen dat imkeren ook in Renkum en omstreken al eeuwenoud is. Wat wel bijzonder is, is dat dit al heel vroeg beschreven is in de Tyns boeken van het hof van Elten, waartoe een deel van de bevolking van Redichem belastingplichtig aan was. In deze boeken staan de belastingen beschreven vanaf ca. 900 AD.

Het hiernavolgende is een bijdrage van Jacques Tersteeg, oud-Renkummer en Universitair docent (pensioen) Middelnederlandse Letterkunde aan de Rijks Universiteit Groningen: “De naam van de man, die jaarlijks 2 pond was moest opbrengen, was: BONDEKEN. Hij woonde in een boerderij ‘biden dijck’ = O.L.Vrouwedijk (in mijn jeugd: Bokkedijk, naar herberg De Bock genoemd).

Deze boerderij of hofstede was de hoofdboerderij van de hof van het St. Vitusklooster op de Elterberg bij Elten.

bloemlezing

De Eltense hof heette de NEDERHOF, de boerderij van Bondeken óók. Op die boerderij verscheen, tot het jaar 1405, jaarlijks, dus vanaf 970 tot 1405, de amptman van het Eltense klooster om er de inkomsten te innen van de Renkumse boeren, die tot de Eltense hof behoorden. In 1405 verpachtte het Eltense klooster de Nederhof aan het nieuwe O.L. Vrouweklooster voor 14 oude schilden per jaar. Vanaf 1405 zal dus het klooster de bijenwas ontvangen hebben.

De Nederhof, dus de hoofdboerderij van Bondeken en een tiental andere boerderijen in Renkum (met daarbij behorend enkele boerderijen daarbuiten, bij Wageningen/Bennekom en op de Ginkel) lag rond de kapel, waaruit

bloemlezing

dus in 1405 het O.L.Vrouweklooster ontstond. De opbrengst aan bijenwas werd in de Middeleeuwen ook wel genoemd; WASTINS. Degene die de was jaarlijks moest leveren heette een WASTINSIGE. De was werd uiteraard gebruikt voor het maken van kaarsen, of voor eigen gebruik of voor gebruik in de kapel of kerk. Je mag aannemen dat de meeste Renkumse boeren zelf ook een of meer korven/volkeren hadden voor hun eigen huisverlichting. Deze afzonderlijk genoemde wastins van Bondeken, die dus nog in natura moet worden geleverd (later werd de wastins, zoals het woord zegt, vervangen door een betaling) lijkt dan ook speciaal bedoeld te zijn voor de verlichting in de kapel.

Naast de Eltense NEDERHOF lag in Renkum ook nog de Paderbornse OVERHOF, waarvan de hoofdboerderij naast de oude kerspelkerk van Renkum (Onder de bomen) stond. Die moet ongeveer even groot geweest zijn als de Eltense Nederhof, want deze werd later eveneens verpacht aan het O.L. Vrouweklooster voor 14 oude schilden per jaar. Ik heb daar geen wastinsigen gevonden.

Oh ja,voor alle zekerheid: de vermelding van Bondeken dateert van omstreeks het jaar 1400! Maar, je mag zeker aannemen dat de wastins veel en veel ouder was. In ieder geval is hij rond 1400 nog steeds een betaling in natura. Later vervangt men deze natura-betaling door een gewone geldbetaling.”

Hoewel het lastig is om de geldbedragen met de waarde van de tins van de was te vergelijken, is bekend dat bijenwas een kostbare grondstof was voor kaarsen. Voor twee pond was zijn er ca. 400.000 bijen nodig, dus als alle was van een volk geoogst wordt zijn dit 10-15 bijenvolkeren.  In tegenstelling tot reuzel die ook voor verlichting werd gebruikt, stinkt het verbranden van bijenwas vrijwel niet en geeft het ook geen roetwalm af. Dit kon men in een maagdelijk witte Onze Lieve Vrouwenkapel in Renkum niet hebben (?).

 

In de electronische archieven van de historische verenigingen van de gemeente Renkum, is helaas verder weinig te vinden over imkeren in de gemeente, behalve hetvolgende bericht uit de Renkumse Courant van 1889 in het electronisch archief van de Heemkundestichting voor de Gemeente Renkum http://www.heemkunderenkum.nl/gemeenteraad-doorwerth-bespreekt-7-gevallen-van-typhus/):

  • Het getal bijenkorven was van 400 gedaald tot 18;

Verder werd er nog vermeld:

  • Gekomen tot de afdeling prostitutie zegt de secretaris : ‘ die dames bevinden zich hier niet
  • In de gemeente treft men 332 ha. eikenhakhout en 145 ha. dennenbossen aan;

 

Hieruit blijkt dat dramatische dalingen ook al vroeger voorkwamen.

 

 

1916: Het begin

 

In  de VBBN notulen van 1915 is ene Tukker uit Oosterbeek al actief om het bijenvervoer per spoor beter te regelen: http://library.wur.nl/ojs/index.php/bijenhouden/article/view/5338/4841. Hoewel actief in VBBN verband, was Renkum de eerste imkervereniging die werd opgericht: uit de notulen van de 6e nationale bijenmarkt in Renkum in 1966 zijn de oprichters van de Korenbloem bekend:  De Korenbloem is op 16 okt 1916 door J. v.d. Ber, H. Bosveld, A.T. v.d. Brink, J. Folsche en J.C. van Scherrenburg opgericht.

 Om redenen die in de volgende sectie duidelijk worden is er geen archief van vóór WOII over geleverd. Uit de archieven van Bijenhouden komen wel  enkele kleine berichten over “Renkum” uit de beginjaren voor:

VBBN jaarverslag 1917: “Van de Afdeelingen Oldambt, Hengelo, Blerick, Wijlré, Gemert, Havelte, Tiel, Heerde en Renkum ontving ik slechts één ledenlijst. Gaarne ontvang ik ten spoedigste het tweede exemplaar.” (http://library.wur.nl/ojs/index.php/bijenhouden/article/view/5661/5164). Dat dit niet iets uit vervlogen jaren was, blijkt uit een aanmaning uit 23-1-1985: VBBN klaagt dat er geen ledenlijst is ontvangen.

In 1918 moest de afdeling al gelijk in actie: ze moest de kas van de VBBN controleren:  “Voor nazien rek. en verantw. 1918 werden de afdeelingen Renkum en Oss (N.B.) aangewezen.
Als lid voor ’t nazien der rek. en verantw. Suikerfonds werd benoemd de Heer J. Waninge te Lhee, gem. Dwingelo afd. Beilen….
Afd. Lonneker bepleitte oorlogstoeslag op de vergoeding vergaderingskosten der afgevaardigden. Het H.B. toonde zich daartoe wel genegen, bij goeden financieelen toestand.” (http://library.wur.nl/ojs/index.php/bijenhouden/article/view/5672/5175). Het is aannemelijk dat de Korenbloem werd opgericht om de weggevallen exportmarkt naar Duitsland in verenigingsverband op te vangen. Vanwege neutraliteit van  Nederland in WOI was het lastig om naar Duitsland te exporteren.

 

Interessant is een zeer oud filmpje over de Veluwe uit 1923 (met fragmenten uit 1919). Bijenhouden komt hier ook aan bod (mogelijk opgenomen in de buurt van Barneveld): https://www.youtube.com/watch?v=8dJtdPD1KNA op 15’07”-17’20”. Gemeente Renkum komt ook aan bod 1’23”-8’10”.

Bij de jubileumviering van 75 jaar Korenbloem kwam een en ander over de stichting ter sprake. De kiem lag rond de eeuwwisseling van de 19e  naar de 20e eeuw, toen Albert van de Brink als jonge jongen begon te imkeren.  In 1976 gaven de heer van de Brink en van Scherrenburg te kennen dat ze na 60 jaar bestuurslid te zijn geweest wilden stoppen eind van het jaar.

De jaren 40; Wereldoorlog II en begin wederopbouw.

Afdeling Oosterbeek  werd in 1945 opgericht. Hiervan is geen documentatie aangetroffen.

Het is schokkend om in het eerste archiefmateriaal te lezen op 29-6-1946 in een bedankbrief aan Friese imkers die 94 volken hebben gedoneerd aan de Renkumse imkers (itt de Drenthen die na een autotocht van 360 km slechts 10 volken doneerden): “Na onze gedwongen evacuatie van 8 maanden vonden velen hun huis verbrand of in puin en  een ieder vond zijn inboedel grootendeels geroofd of waardeloos terug. Ook onze bijenstanden hadden het bij onze “Edelgermanen” moeten ontgelden. Zonder uitzondering waren gedurende den winter van 1944 op 1945  de volken uit elkaar gegooid en vernietigd. Daar vele imkers hun volken nog op de hei hadden staan, gingen ook de kasten veelal verloren.”

Het is duidelijk waarom er hiervoor geen archiefmateriaal meer is overgeleverd: vrijwel zeker is alles tijdens de operatie Market Garden en erna verloren gegaan. Uit dit eerste document straalt ook het gebrek aan alles: hoewel getyped met een schrijfmachine is de doorslag van bijna doorzichtig dun papier. Ook het formaat is exact de omvang van de brief.

De Korenbloem had in 1949 67 leden.

Opmerkelijk is dat zo vlak na de oorlog al, sommigen burgers geen fatsoen konden houden, want in een verzekeringschaderegeling  werd op 16 juni 1949  een diefstalschade met vergoeding voor 2 bijenvolkoren 25 gulden minus kosten schaderegeling 0,50 gulden afgerekend; bedrag wordt per postwissel overgemaakt.

 

De jaren 50; Wederopbouw

De jaren 50 leverde niet veel  in het oog springende zaken op over de Korenbloem (van de afdeling Oosterbeek is uit deze periode geen archief teruggevonden)

De oorlog klinkt nog door in een bericht op 21 nov 1950, waarin de gemeente opgeroepen wordt: “om de belangen van de bijentelers  nog eens naar voren te brengen bij de beplanting welke overal in de Gemeente nog moet worden aangebracht”. In de gemeente Renkum, waren in 1948 nog niet alle huizen van glas voorzien, door chronisch gebrek eraan. Beplantingsmateriaal was ook onvoldoende voorradig (het ratjetoe aan bomen op de stuwwal bij de Duno is hier getuige van). De overige beplanting in de gemeente kon dus pas begin jaren 50 ter hand worden genomen.

Andere hoogte- en dieptepunten:

  • 1953: 4 imkers stellen kasten met bijen beschikbaar voor het getroffen gebied  (Voor Goeree Overflakkee zijn vermoedelijk nog 250 bijenvolken nodig). In de brief wordt met geen woord gerept over de Watersnoodramp in  Zeeland, het wordt alleen eufemistisch met “getroffen gebied” aangeduid. De imkers van Renkum konden dus 8 jaar na 1946 zelf een daad stellen tegenover de goedgevigheid van de Friese imkers.
  • In 1956 waren er 40 leden.
  • 1957 Dhr vd Brink ontvangt de gouden medaille van de VBBN voor zijn 40 jarig lidmaatschap.

In het Gelders Archief is niets te vinden over de bijenhouders in renkum/oosterbeek, wel dit filmpje uit de jaren 50:

http://www.geldersarchief.nl/zoeken/?mivast=37&mizig=317&miadt=37&miaet=14&micode=1502&minr=26268871&milang=nl&misort=last_mod|desc&mizk_alle=bijenhouders&miview=ff

  1. Jansionius imkerde wellicht in de buurt van Apeldoorn. Er zijn een aantal interssante passages over reizen naar de fruit dracht in de Betuwe (Elden/Driel ?) en Heidehoning.

 

 

De jaren 60; Grote activiteiten

In de jaren 60 was de afdeling Oosterbeek maar een kleine vereniging:

  • 1965: 27 naar 26 leden; matig jaar; 8 korven en 95 kasten
  • 1966: 25 naar 24 leden, zeer goed fruit- en paardebloemjaar; 1 korf, 85 kasten
  • 1968: 24 naar 23 leden; 3 korven 75 kasten, zeer goed honingjaar; heide raakt overbevolkt
  • 1969: 23 naar 22 leden; 75 kasten

De Korenbloem daarentegen bloeide volop en ondanks het bescheiden leden aantal weren  grote activiteiten zoals de bijenmarkten en tentoonstellingen ontplooid.

  • 1963: 54 leden; burgemeester en wethouders van Renkum bedanken de Korenbloem voor de pot heerlijke honing
  • 1965 45 leden en 6 jeugdleden; fruit goed, rest matig; 5 korven en 160 kasten; verzoek aan de gemeente voor de aanleg van een bijenpark ten oosten van de Heidesteinlaan.
  • 1966: 47 leden, matig honing jaar; ca 180 kasten;
  • 1969: 50 leden en 4 jeugdleden

In 1961 werd de 1e bijenmarkt georganiseerd met 3500 bezoekers. In 1962 trok de bijenmarkt 6000 bezoekers. Tevens werd het Bijenmonument onthuld (zie later). ’s Avonds werd afgesloten met  een Bijenbal met The Wheeldown quintet dixielandband olv klarinetist Iwan Sewandono.

Voor deze bijenmarkten moesten veel zaken geregeld worden, zoals vergunningen, verzekeringen, stands voor standhouders, er werden notabelen uit het hele land uitgenodigd, tot de Commissaris der Koningin aan toe, persberichten, feestavond, etc.

De 6e  nationale bijenmarkt in 1966 werd opgeluisterd met een tentoonstelling, filmvoorstelling, optreden bejaardenkoor “Zingen zonder Zorgen, keuring van kasten en korven, 5000 beschuiten met honing (NV Turkstra’s beschuitenfabriek te Leeuwarden).  Dhr van de Brink en van Scherrenburg worden onderscheiden in de orde van Orankje Nassau. De oprichters van de Korenbloem op 16 okt 1916 door J. v.d. Ber, H. Bosveld, A.T. v.d. Brink, J. Folsche en J.C. van Scherrenburg worden geëerd.

In 1968 is er op de Bijenmarkt nog een heuse Bijenkoningin: Anneke Wekker. De Bijenmarkt is echter een aflopende zaak en in 1970 werd er geen meer gehouden. Daarna is er nog één keer een Bijenmarkt georganiseerd in 1989.

Op 14 en 16-18 okt 1967 werd de tentoonstelling van Renkum uit 1966 in het  raadhuis van Oosterbeek getoond “Van de bijen en de bloemen”. Er kwamen 2000 bezoekers (veel schoolkinderen), terwijl er 500 waren verwacht. De tentoonstelling kreeg korven (Ambrosiuskorf, drentse korf, bisschopsmuts, zwaanhalskorf), een  honingpers en foto’s gedoneerd aan Nederlands Openlucht Museum in bruikleen. Er werd zelfs een tentoonstellingfonds gesticht om met bijdrage van leden (2 gulden per potje honing en max 100 gulden uit verenigingskas).

Het Bijenmonument http://library.wur.nl/dps/Bijen/1994/1994-01/03-01-1994_12-14.pdf verdient ook een aparte vermelding. De imkervereniging heeft hier een mooi stuk over geschreven.

http://www.bijeninboxtel.nl/index.php?page=historie-deel-2

 “Dit alles gelezen hebbende, zult U het met me eens moeten zijn, dat de Apis Mellifica of Honingbij een monument verdiend heeft!
Chrysostomos zei al dat de bij wordt geëerd omdat ze niet voor zichzelf werkt, maar voor iedereen. En in “Lof der Zotheid “schreef Erasmus: “Kan de bouwkunst op prestaties als die der bijen bogen? Heeft ooit een filosoof een zo volmaakte gemeenschap ontworpen? “ *32*

Welnu, in de gemeente Renkum ( Oosterbeek ) startte in 1961 voor het eerst een bijenmarkt. De organisatie was in handen van de Propagandacommissie van de vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland, de V.B.B.N.. Deze commissie vroeg bij schrijven van 26-05-1962 toestemming aan B. en W. om een bijenmonument te mogen zetten. *33*
Het beeld zou geplaatst moeten worden op het Dorpsplein te Renkum, teneinde de bijenmarkt meer glans te geven. Imkervereniging “De Korenbloem “ van Renkum/Oosterbeek e.o. bezit nog gegeven die erop wijzen dat het kunstwerk werd vervaardigd door Mej. Josje Esselman uit Zaandam. *34* Het uiteindelijke monument kwam er! Een bij in een cel, vervaardigd uit ijzer, staande op een sokkel. 
Op 28 juli 1962 werd het door ir. Bahrgava uit India -student te Wageningen- onthuld.

 

Op 19 juni 1963 werd bekendgemaakt dat het monument met de noorderzon was vertrokken. ƒ100 werd uitgeloofd aan degene die de gouden tip zou kunnen leveren om het monument weer terug te krijgen. Drie dagen later meldde de pers dat het beeld terug was. 3 Jongelieden haden het routineus van zijn voetstuk gegrepen en naar en kweker in Heins vervoerd. Herplaatsing werd ingepast in de feesten die hoorden bij de nationale bijenmarkt. Waarom het beeld ontvoerd werd? “Ik heb Renkum en de Veluwezoom een lesje willen leren. Ze denken daar, dat ze iets met bijenteelt te maken hebben. Die speelt alleen aan de andere Rijnoever, in de Betuwe een grote rol. “,was het antwoord van Hr. De Veer, kweker in Hiens, die zei dat enkele Wageningse studenten de grap hadden uitgehaald.
In 1969 ging de bijenmarkt ter ziele. En in december 1981 meldde de krant opnieuw dat het beeld verdwenen was. De directeur van gemeentewerken vond het kunstwerk terug in beschadigde toestand. Herstel, schilderen en herplaatsen zou ƒ 12500 gaan kosten incl. b.t.w.. De Heelsumse smid Hageman kreeg opdracht om het kunstwerk weer te herstellen. De commissie voor culturele zaken adviseerde om het monument op een veiliger plaats neer te zetten. Nabij het postkantoor, aan het begin van de Rijnpromenade ware beter. Hier, bij het begin van de Dorpstraat is het kunstwerk geplaatst, nog voorzien van enkele extra ‘angels ‘ om inklimmen te voorkomen. *34*
De Bijenmarkt in Renkum werd overigens weer in ere hersteld, onder de naam “Renkumse Bijen- en Natuurmarkt “.
Waarschijnlijk blijft Renkum al met al de enige plaats ter wereld waar een bijenstandbeeld is opgericht! *12*”

Naast stelen, heeft het ook officieel een aantal verplaatsingen gekend, met de laatste “onthulling” in 1994 door Frans Jansen. Het monument kwijnt op het moment van dit schrijven weg aan de Europalaan in Renkum.

In de jaren 60 waren er nog meer interessante zaken te noteren:

  • 22-2-1965: lezing in Oosterbeek met 58 bezoekers (slechts 9 uit Oosterbeek); Op initiatief van de afdeling Oosterbeek om tot meer samenwerking te komen met de afdelingen Arnhem en Renkum is door de besturen enthousiast gereageerd.
  • 11 november 1966: gezellige avond met bingo en optreden van de bekende goochelaar RAMETTI
  • Uitnodiging tot het bijwonen van causerie met lichtbeelden op dinsdag 21 feb 1967 “Mijn reis naar de Hongaarse poesta”
  • Op 17 juli 1967 is er een verzoek tot schadevergoeding bij verzekering VBBN door schade die bijen van B. Sciarone hebben aangebracht aan derden (65 gulden bril en 10 gulden dierenarts). Navraag heeft geleerd dat de buurman van Ben Sciarone een geit had te logeren. Deze werd in de ogen gestoken door zijn bijen, waardoor de geit niets meer zag en luid blatend in de wei stond. De buurman die op de geit paste, raakte in panier, verloor zijn bril en sprong erop. Als melkboer had hij snel een nieuwe bril nodig anders kon hij geen melk meer bezorgen…
  • 1968: akte van aanstelling van Jacobs voor Cursus Bijenteelt voor beginners voor een betrekking van 44 uren. Hier moest ook pensioenpremie over betaald worden. CBS trakteerde nog op een aparte enquête hierover. Tenslotte was er nog een aanvraag voor Rijkssubsidie voor de cursus met een eigen gemotoriseerd vervoermiddel door cursus leider Jacobs. Aan bureaucratie was in deze tijd klaarblijkelijk geen gebrek.
  • Op Zaterdag 22-7-1967 was er een excursie naar Biologisch Laboratorium Utrecht met lezing over de geheimzinnige Koninginnestof (9-oxo) en bezoek aan aquaria met in- en uitheemse vissen, waaronder zelfs haaien en roggen.
  • Op de 58e honing en bijenmarkt te Eerbeek vallen de heren Jacobs (Oosterbeek) en Jacobs Sr. (Arnhem in de prijzen. Raathoning levert 3,5-4,5 gulden per pond op, Heidehoning 3,5 gulden per flacon en bloemenhoning 2,50 gulden per flacon

 

De jaren 70: veel déja vues van de tegenwoordige tijd

In deze periode komen een aantal gebeurtenissen aan bod die ook heden ten dage spelen. Ook zijn de grote verschillen tussen de Korenbloem en de Afdeling Oosterbeek opmerkelijk ….

Oosterbeek:

  • 1972: 23 leden, 2 korven en 80 kasten
  • 5 april 1972: Schenking van 25 gulden voor de bouw van het nieuwe bijenhuis door afd Oosterbeek
  • 1974: Groep Veluwe uit zorgen over werkwijze hoofdbestuur VBBN tijdschrijven, discussie over etiketten)
  • 1973: slecht bijenjaar, ledenaantal groeide van 26 naar 29, 5 korven en 90 kasten; excursie Flevohof
  • 1977 Hoge Veluwe laat geen imkers meer toe vanwege wantoestanden; 28 leden
  • 1978 29 leden;
  • 1979 27 leden;

Renkum:

  • 1971; 49 leden, 5 jeugdleden, slecht linde en heide jaar; 10 korven en 90 kasten
  • 1972: afdeling doneert 1000 gulden voor nieuwbouw bijenhuis; 45 leden en 4 jeugdleden
  • 1973: 42
  • 1974: 39
  • 1975: 36 leden
  • 1976 60 jarig bestaan De heer van de Brink en van Scherrenburg geven te kennen dat ze na 60 jaar bestuurslid te zijn geweest te willen stoppen eind van het jaar.
  • 1977 op een filmavond van de afdeling Renkum brak een conflict uit met enkele leden van de afdelingen Bennekom en Wageningen over een verloting in aanwezigheid van 87 personen.  De verloting brach ongeveer 400 gulden op, dus het ging wel ergens over. De besturen van Wageningen en Bennekom bieden hierna hun gemeende excuses aan.

 

De jaren 80: varroa en laatste bijenmarkt; fusie aanstaande

Oosterbeek

  • 1980 2000 kg suiker, maar prijsverschil met de winkel was zo klein dat ieder het zelf maar moest regelen; 26 leden,
  • 18-12-1982: “Imkers zijn over ’t algemeen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld duivenhouders en fokkers van allerhande dieren, naar het mij overkomt nogal individualistisch ingesteld, althans ten opzichte van hun hobbij. Imkeren kun je aardig op de dooie eentje. ….. Maar toch ….., we hebben elkaar nodig” (Jan Hartgers in de eerste nieuwsbrief Oosterbeek)

Renkum:

  • 1980 23 leden;
  • 1982 25 leden ; honingslinger van de vereniging aangeschaft
  • 1984: 28 leden
  • 1985: 26 (matrixprinter !); Suiker renkum: 95 volken 1075 kg suiker (18 leden)
  • 9-9-1989 na 20 jaar weer een “Bijen en natuurmarkt”. Dit was ook gelijk de laatste keer gezien de correspondentie over veel werk, veel niet natuur en bijengerelateerde stands etc.

 

Varroa is in deze jaren in opkomst:

  • 20-6-1983: Voorlichting over varroa een snel oprukkend ongedierte
  • 21-4-1983: Vervoersverbod ivm varroa bestrijding
  • 25-3-1984: DE VARROA IS ONDER ONS, GEEF HEM GEEN KANS
  • 15-3-1985: 6 gevallen van varroa besmetting
  • 1986: met veel bombarie komt Perizin op de markt, het middel tegen varroa. Na behandeling mag echter 6 weken geen honing worden genuttigd van een behandeld volk, Was mag niet in de honing voorkomen en raathoning is niet voor consumptie geschikt !

27-12-1989: vergadering van bestuur de Korenbloem Renkum eo en Bijenhoudersvereniging Oosterbeek e.o. om te fuseren. Imkersvereniging De Korenbloem Renkum-Oosterbeek zal ingeschreven worden bij de KvK en de statuten zullen notarieel worden aangepast. Renkum (22 leden) stemde overigens nipt op 18-12 tot fusie: 76,9% was voor terwijl 2-3 meerderheid was vereist. Oosterbeek (24 leden) heeft op 13/6/1989 al besproken of ze zich niet moeten opheffen omdat de bestuursopvolging moeizaam verloopt en er in 1986 ook al financiële problemen waren.

 

 

 

 

De jaren 90: honingkeuringen en een nieuw begin

 

3-9-1990 oprichtingsacte Korenbloem (Cornelis Aarts van den Brand, Jan van Reekum en Franciscus Gerardus Albertus Janssen.

  • Frans Janssen heeft in 1991 een stuk geschreven over de fusie van Renkum (1916) en Oosterbeek (1946). !https://library.wur.nl/ojs/index.php/bijenhouden/article/viewFile/9941/9442 pagina 25. Op pagina 22 een leuk stuk over drachtplanten in Renkum (pagina’s van internet, niet van het VBBN blad).
  • 1991: Stuk 75 jarig bestaan (zie begin van dit document); 68 leden
  • Januari 1992 conflict tussen commissie drachtplanten en de voorzitter komt in de pers omdat die laatste zich negatief zou hebben uitgelaten over de aan te leggen golfbaan. De commissie was juist op goede voet over de aanleg van de golfbaan als 45 ha De journalistieke vrijheid had ervoor gezorgd dat in het interview alleen de negatieve punten naar voren kwamen.  
  • 17-2-1993: krantenbericht over locatie bijenmonument
  • 1994 Wim Grasstek klaagt over de kosten voor muziek op de bijenmarkt en dat er steeds meer niet bijen gerelateerde deelnemers zijn.

 

  • 1995 Oprichting biotoopfonds; Opmerkelijk is dat de schrijver Geert Mak in zijn boek “Over Europa” schreef:
  • 1996: 80 jarig bestaan, 58 leden
  • Mrt 1999: zorgen om genetisch gemanipuleerde zonnebloemen en koolzaad; 52 leden; in deze jaren zoektocht naar plek voor bijenstal.

Honingkeuringen haalden in de 80-er en 90-er jaren regelmatig de pers en werd breed uitgemeten.

 


De 21e eeuw: Korenbloem de Eeuweling

Vanwege de digitalisering is er veel over de Korenbloem te vinden op internet:

 

 

 

 

 

 

 

 

  • In het kader van het 100 jarig bestaan was er gedurende heel 2016 een jubileum programma;
    • Nieuwjaarsreceptie
    • Woensdag 6 april 2016, 19.00 uur. Voorjaarsvergadering, lezing ‘Wat van ver komt is lekker?’  door Bijenonderzoeker Sjef van der Steen van WUR  over het foerageergedrag van honingbijen
    • Presentatie boekje ‘Bij en tuin’ van gemeente Renkum samen met De Korenbloem
    • Zaterdag 9 april de Beken, Renkums Beekdal; Natuurmarktplaats met stand van de Korenbloem.
    • Dinsdag 12 April, bespreking Wilde Bijen en Bijenbeheer door Arie Koster (BD imkers)
    • Maand mei; gastlessen over honingbijen en bijenhouden door leden van De Korenbloem, op  een aantal basisscholen in de gemeente Renkum
    • Zaterdag 12 mei Theaterverhaal “Door het Oog van de Bijen”; Filmhuis Oosterbeek (BD imkers); Het theaterverhaal is een unieke beleving waarin Sonne Copijn je meeneemt in het leven van het bijenvolk. Als ons kleinste huisdier vertellen zij niet alleen over zichzelf, maar ook over de moeilijke leefomstandigheden van de hommels, de zweefvliegen, de vlinders en de wilde bijen. Zij vertelt over het wonder van de onderlinge afstemming door duizenden honingbijen en over de samenhang met het leven van mens en dier. Hoe werkt zo’n bijenvolk? Hadden ze ook niét kunnen ontstaan? Hoe ziet het landschap er uit door het oog van de bijen en welke vragen stellen zij ons? Het theaterverhaal is een levendige, beeldende ervaring die de betrokkenheid bij het wonder van de bestuivende insecten versterkt!
    • 4 juni 2016 Jubileumfeest + barbecue in de Ommuurde Tuin
    • 18 juni 2016 Excursie naar bijenmuseum in Gescher, Duitsland
    • 11 juli: Bijenboom planten bij de bijenstal bij kasteel Doorwerth
    • 27 augustus; Oogstmarkt kasteel Doorwerth + honingproeverij; De Korenbloem staat met een eigen kraam op de oogstmarkt
    • 5 oktober B-Movie over bijen die de wereld redden in Filmhuis Oosterbeek
    • 4 november uitreiking van diploma’s aan cursisten van de cursus Bijenhouden door Johannes Vogelaar
    • 8 December: Najaarsvergadering met bloemlezing over 100 jaar de Korenbloem (Peter Weegels) en lezing door Leen van ’t Leven over het onderwerp “Bijenhouden met de killerbee in Suriname”
    • Uitreiking van plaquettes aan leden met meer dan 50 lidmaatschapsjaren: Ben Sciarone, Obbe Visser en Jan Hartgers.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Besluit: de toekomst van de Korenbloem

Net als een eeuw geleden leven we nu in tijden van grote veranderingen in de wereld en in de technologie. De voorgaande bloemlezing is een bewijs dat ook de Korenbloem hierdoor beïnvloed wordt. De Korenbloem is als relatief kleine imkervereniging al vele jaren actief. Dit is met ups en downs gegaan. De invulling van het “verenigen” is in de loop der jaren sterk veranderd, van gezamenlijke inkoop, reizen met bijen is tegenwoordig weinig spraken meer. De gezelligheid met complete bingo avonden, verlotingen, goochelaars en orkesten is tegenwoordig ook minder behoefte. Het wondere gedrag van de bijen en de invloed van de natuur en ook hoe wij als imkers ermee omgaan, vergt echter nog steeds dat kennis- en ervaringsuitwisseling op locaal niveau belangrijk is. Dit is wellicht de huidige kern van het bestaansrecht van de Korenbloem. Op naar de volgende eeuw van de Korenbloem !

 

 

 

Korenbloem 100 jaar. Samenvatting

 

  • Bijenhouden in Renkum heeft een lange geschiedenis: een van de eerste Renkummers die in de analen voorkomt is  Bondeken uit Redinchem (Renkum). Hij moest jaarlijks 2 pond bijenwas betalen als cijns (belasting) aan het O.L. Klooster in Renkum. Bijenwas was indertijd een schaars en duur goed, wat alleen in kerken en kloosters gebruikt werd voor verlichting
  • De oudste archieven zijn nog zoek: wie kan ons daarbij helpen ?
  • In 1917 wordt de afdeling Renkum aangemaand op de jaarllijkse vergadering van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging om niet één maar twee ledenlijsten in te leveren. In 1985 klaagde de vereniging weer dat de ledenlijst van Renkum ontbrak
  • 18-12-1982: Imkers zijn over ’t algemeen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld duivenhouders en fokkers van allerhande dieren, naar het mij overkomt nogal individualistisch ingesteld, althans ten opzichte van hun hobbij. Imkeren kun je aardig op de dooie eentje. ….. Maar toch ….., we hebben elkaar nodig (jan hartgers; eerste nieuwsbrief van afdeling Oosterbeek
  • Renkum had vanaf 1961 een heuse bijenmarkt en in 1962 werd het eerste bijenmonument onthuld. Er zouden er nog twee volgen, o.a. doordat het een aantal malen gestolen is geweest, de laatste onthulling was  in 1994
  • 3-9-1990 oprichtingsacte Korenbloem (Cornelis Aarts van den Brand, Jan van Reekum en Franciscus Gerardus Albertus Janssen; hierbij gingen de afdelingen Renkum (1916) en Oosterbeek (1946) samen.